UIT HET VRIJE VOLK ZATERDAG 9 APRIL 1949


Klarendal

Onze wekelijkse stadspagina is deze keer gewijd aan Klarendal.
Wellicht is Klarendal de meest typische wijk, die wij in de gehele stad kennen. Wie Klarendal zegt, zegt Arnhem, en verscheidene mensen, die nu in stad, provincie en land een vooraanstaande plaats innemen, zijn geboren en getogen Klarendallers. Daarom, en nu nog heel veel meer, zijn de Klarendallers trots op hun wijk.
Het is een buurt met een eigen karakter. Natuurlijk, er zijn in oude wijken, zoals Klarendal er een is, natuurlijk ook minder mooie dingen, maar toch, wie Arnhem wil leren kennen, moet ook wat weten van Klarendal.
Daarom vertrouwen wij, dat deze pagina nog meer dan de voorgaande de aandacht van onze lezers zal hebben.
De volgende week zullen wij Arnhems binnenstad in het middelpunt van de belangstelling plaatsen.


*****

KLARENDAL, Arnhems dichtbevolkste wijk

In bijna iedere straat een eigen buurtvereniging

Het hart van Klarendal wordt begrensd door Sonsbeeksingel, Hommelseweg, Onder de Linden, Vijverlaan en Rosendaalsestraat. Het is een hevig kloppend hart. De slagader is de weg waaraan de wijk haar naam ontleent: de Klarendalseweg. Links, en rechts daarvan doorsnijden talrijke aderen en adertjes de buurt. Kleinere en kleine straten, smalle en minder smalle, waarin het leven van jong en oud welig tiert, jong leven vooral, want Klarendal bezit een rijk kindertal. Een derde deel van Arnhems inwoners woont in de kleine en soms erg kleine huisjes van Klarendal. Soms denkt men achter een deur slechts een woning te vinden, maar doet men haar open, dan ziet men vier nieuwe deuren,  die elk weer toegang  geven tot vier nieuwe woningen en vier nieuwe gezinnen. Daar wordt het sappigst Arnhems gesproken, daar ontspringen ruzies en kibbelpartijen  als beken in de regentijd, die echter net zo snel worden bijgelegd als begonnen, want de hele innige mensengemeenschap hangt stevig aan elkaar. De Klarendallers zijn één grote drukke familie.

Vroeger - en dat is waarlijk nog niet eens zo lang geleden - liep al die beweeglijkheid nog wel eens uit op vechtpartijen. Die gaven de politie handen vol werk. De oudere Klarendallers kennen nog best Jan-met-de-platvoeten met zijn geuniformeerde collega's, die vele Zaterdagavonden in touw waren om op hun manier de geschillen te beslechten.
Maar dat is veranderd. Radicaal veranderd. Wie dat wonder bewerkstelligd hebben? Het waren figuren uit de onderwijswereld, die hun opvoedende taak niet uitsluitend tot de schooluren beperkten, maar daarnaast een breed sociaal werk opzetten, waaraan Klarendal onberekenbaar veel te danken heeft.
De onlangs overleden meester Geertsma. meester Henstra en Saaltink hebben, naast anderen, de jeugd op wegen geleid, die naar andere doeleinden voerden. Ontwikkeling van geest en lichaam, van kameraadschap en verantwoordelijkheidszin. Men zegt wel eens, dat de Klarendallers in de laatste dertig jaar andere mensen zijn geworden. In ieder geval behoren de vechtpartijen tot het verleden.

De hechte onderlinge band der Klarendallers komt het sterkst tot uitdrukking in een boeiend verenigingsleven. Toen, met het einde van de oorlog, de nieuwe stuwing naar de vorming van buurtverenigingen baan brak, waren niet minder dan vijf en twintig buurtverenigingen aangeschreven om toe te treden tot een federatie. Bijna elke straat had zijn vereniging. Daar zijn er in het laatste jaar heel wat van bezweken. Er resten er slechts zeven, die in wijk 5 nog gecombineerd samenwerken.

Dat wil niet zeggen, dat het, aantal daarmee uitgeput is, want er zijn er altijd nog een paar, die afzonderlijk werken. Maar de muziek viert er hoogtij, het toneel, het volkscabaret, de operette en zelfs het ballet. En dan is daar de sport. De trots van Klarendal zijn de Arnhemse Boys, de voetbalclub, die in luttele jaren, onder de geestdriftige leden als de Kies en de Kik, Appie, de Knok, de Poot. de Dove en de Blauwe, om er enige te noemen, en onder hartverscheurende aanmoediging van de Blikken Willem, hun club van de Arnhemse Voetbalbond via de Gelderse naar de Nederlandse hebben gebracht, waarin zij thans een gevreesde tegenstander is.

En dan herdenkt Klarendal met eerbied en respect de Klarendalse jongen, Dos Jonkers, die zulk een populaire scheidsrechter was. Natuurlijk wordt in Klarendal de biljart- en hengelsport beoefend en dan is er nog een harmonica-club "Kunst door Oefening", die immer klaar staat feestprogramma's op te vrolijken.
Wat Klarendal ontbreekt is een buurthuis. Er bestaat bij de buurtverenigingen een sterk streven de jeugd op te voeden in culturele zin en het feesten te bereiden, die op het goede plan staan. Maar er ontbreekt een centrum.
En als dat nu eens kon komen op de hoek van de Willems- en Rappardstraat, waar nog enige ruimte rest in dit dichtbevolkte stadsdeel? Er blijft nog ruimte genoeg over voor een speeltuin, waar dit deel van de wijk broodnodig behoefte aan heeft. Trouwens, de jeugd heeft zelf al de hand aan de schop geslagen. De door oorlogsgeweld vernielde hoek stak vol kuilen. Deze zijn door eigen kracht geëgaliseerd en tot een prima speelplaats gemaakt. Midden op het terrein staat nog een schuur, waar een eenzame auto wordt gestald. Maar daarvoor zal zeker wel een oplossing gevonden kunnen worden. Thans staat de kinderbewaarplaats aan de Sonsbeeksingel dikwijls de zaal af voor bijeenkomsten.
Alle gezindten werken eensgezind samen in de verschillende organisaties. Er heerst geen splitsing naar godsdienst. Daarvoor is de onderlinge band te hecht. Wel naar stand. Er zijn drie winkeliersverenigingen, die naast elkaar werken. Hoe bestaat het! Bij alle zin voor samenwerking ontbreekt in Klarendal het grote gebaar. De Federatie van Klarendalse Buurtverenigingen is niet gelukt. Aansluiting bij de stadsfederatie leed ook ten dele schipbreuk.

Eendracht maakt macht

De speeltuinvereniging werkt niet in centraal verband. Dikwijls hangt deze centralisatie van persoonlijke ambities van bestuursleden af. Maar Klarendal heeft iets begrepen van het spreekwoord: "Eendracht maakt macht". Er zal een tijd komen, dat een organisatie van allen in één lichaam zijn verenigd. Want het is proefondervindelijk bewezen, dat alles wat een buurtvereniging in klein verband afzonderlijk opzet, maar moeilijk stand houdt en zeker in een tijd, waarin de smalle inkomsten nog smaller worden, want elk dubbeltje is er weer
één. De massa moet het doen.
Wat Klarendal ook ontbeert is een buslijn. Waarom lijn 9 niet doorgetrokken naar Catharijnestraat, Klarendalseweg, Vijverlaan, met eindpunt Thomas à Kempislaan en met het station opgenomen in de route heen en terug?
Klarendal bezit een levende en gevarieerde winkelstand. Zelfs een groot deel van de bevolking van Heyenoord trekt er heen. Want de winkelstraten bieden meer dan zaken voor de eerste levensbehoeften en de mensen hebben behoefte hun ogen de kost te geven en  rechtgeaard te winkelen. Zo valt er in Klarendal nog wel het een en ander te klaren en de bevolking verdient het. Zij behoort tot het trouwste en kernachtigste deel van de stad.

*****

Brief uit Klarendal
(van onze Klarendalse berichtgever)

Ik dacht: zal ik in deze brief nu eens iets schrijven van wat de Klarendalse jongens in Indonesië in hun brieven vertellen? Maar dan zou dit een verhaal uit de tropen worden. Ik kan beter vertellen, dat er geen brief uit het Verre Oosten in Klarendal terecht komt of de jongens geven blijk met hart en ziel aan hun geboortegrond verknocht te zijn. Dat plekje vergeten ze niet licht. De Mussenberg niet, noch de beroemde Wagenstraat en de Zaterdagavond-wandeling de Klarendalse- of Hommelseweg op en af, waar de meisjes arm in arm lachend lopen te flaneren en steelsgewijs de jongens-van-heur-hart een extra bemoedigende blik toewerpen.

Een der bolwerken tegen alles wat naar ontaarding leidt, "Ons Huis", dat verleden jaar de wieken weer uit kon slaan en een prachtig stuk sociaal werk onder de jeugd verzet, maar ook de ouderen binnen haar werkingssfeer betrekt.

Een man, die  met hart en ziel aan Klarendal verknocht is, maar voorlopig zijn liefde in brieven uit Surabaja moet belijden, is de oud-voorzitter van de Klarendalse buurtvereniging "De Coehoorn". De heer Polak vervult zijn dienstplicht in
Indonesië. Het is  niet precies bekend wanneer hij terug komt: hij zou twee jaar wegblijven en als dat niet verandert, duurt zijn afwezigheid niet zo heel lang meer. Het moet worden gezegd, dat deze man als organisator in het leven der Buurtverenigingen wordt gemist. Hij was een grote kracht in de saambinding van alle onderdelen. Uit Surabaja komen zijn brieven waaruit blijkt hoe hij ook ginds zijn organisatietalent ontplooit.
Maar zijn hart trekt naar Klarendal en zijn plannen voor zijn werkzaamheden heeft hij al gereed. Zodra hij terugkomt gaat hij aan 't werk. En van uit de verte groet hij zijn vrienden. Door middel van deze brief.

*****


MOLEN VAN REYMES IS ZIEK

De molen van Reymes is ziek. De oorlog zit hem nog in de botten. De Duitsers zaten er in, toen de Engelsen in de Betuwe waren. Ze klosten met hun laarzen de korte trapjes op en gluurden door de raamopeningen in de muur naar het groene Zuiden. Voor beter zicht hadden zij de raamkozijnen uit de sponningen geslagen. Van dat ogenblik af hadden wind en vocht vrij spel in de molen. Het vocht tastte het houtwerk aan en toen de molenaar terug kwam, kon de kap met de wieken niet meer draaien.
Maar ook de wieken gingen niet meer in het rond; de zeilen waren verdwenen. In
één oogopslag had Reymes gezien, dat zij door deskundige hand verwijderd waren. Hij ging op zoek naar zijn kostbare zeilen. Veel windmolens zijn er niet meer in deze omgeving. Het Openluchtmuseum kon hij gevoeglijk overslaan en ook het voormalig gevechtsterrein in de Betuwe bleef buiten beschouwing. Niet zo erg ver van Arnhem vond onze molenaar de stukken van de gestolen zeilen aan de gestroomlijnde wieken van een korenmolen. De schuldige eigenaar had van schrik met zijn molen wel in de grond willen verdwijnen.
Van de schadevergoeding kocht Reymes zeilen voor twee van de vier wieken. En als de wind nu een beetje vast uit de enige goede hoek waait en het is nacht, dan klimt de molenaar over de uitgesleten traptreden naar boven in zijn molen en laat de wieken draaien in de donkere lucht boven de hoofden van duizenden slapende Klarendallers. Wanneer de molen een goede gang heeft, is Reymes zo'n nacht met plezier aan het werk. Overdag moet hij beneden zijn voor de verkoop.
Vroeger werkte men met zeven of acht man op een capaciteit van 500 zakken. Als er geen wind was, leverde de stoommachine, later de dieselmotor, de drijfkracht. Maar niets gaat boven het wind malen; machines zijn dood. Zolang hij nog trappen kan lopen wil Reymes malen met windkracht. De machines zijn uit het bedrijf genomen. De grote meelfabrieken hebben het koren malen geheel tot zich getrokken. De rogge en de chemicaliën, die nog te malen zijn, kan Reymes zonder hulp wel baas, al kan het stellen van de kap bij harde wind op de omloop levensgevaarlijk zijn voor een man alleen.
Waarschijnlijk dit voorjaar nog zal de molen hersteld worden. De kap zal weer draaibaar worden gemaakt en de korte en lange  spruit van het balkenstelsel dat de kap moet draaien, zullen vernieuwd worden. Zestienhonderd werkuren zullen nodig zijn om de molen weer op te knappen.

*****

't Woudje in Klörendal

De jeug van K
lörendal had het net so begrepe op de "woudjes"  as de "woudjes" op de jeug. Um nou te zegge dà die umgang nie goed was, daddis te feul, mör 't is een fèt, dà de jonges nog welles een géntje uuthaalde met een "woudje". Wetede minse nog hoe saoves een druidje gaere van 't ene huus nör 't andre over de stroat werd gespanne, net op de pethoogte van "De Rooie""? Dör kwam 't woudje oan. Gewichtig en met langzame pasen. Orges verstopt zate de jonges met de kriebel in de bene van de spanning en ze bete de vuuste kapot um 't lache in te houwe. "Ploep", dör ging de pet van 't  woudje. Een onzichbaere krach haddem het heufdeksel van 't heuf gelich. Dör kraakte dan een hele knots krachterme uut de kwojje mond wör de ruite van rinkelde. De Rooie trok z'n gummiknuppel en floog poortjein-poortjr uut op jach nör zijn peskoppen. Moar die wörre al lang vertrokke en zate zich effe later op 't stuupke te berste te lache asof ze niks gedoan hadde.

*****
Eerste arbeiderswoonwijk buiten Arnhems grachten

De geschiedenis van Klarendal is maar kort, al zouden er over het leven in deze wijk, die amper een eeuw bestaat, dikke boeken te schrijven zijn. Klarendal was de eerste arbeiderswoonwijk buiten de grachten en haar bevolking maakte volledig de ingrijpende overgang naar een tijdperk van industrialisatie door. Alle weeën en triomfen van deze tijd zijn weerspiegeld in het leven van Klarendal: het zedelijk verval van de arbeider, die zijn zorgen in de kroeg trachtte te verdrinken en daarnaast de verheffende socialistische strijd voor een menswaardig bestaan. Voor een sociograaf moet Klarendal om te smullen zijn.

Aan ons de taak iets te vertellen van de koude, zakelijk vastgelegde ontwikkeling van Klarendal tot woonwijk. In 1430 dan wordt Klarendal genoemd als deel van het Arnhemmer Hout, een bos, dat zich van de Mussenberg (Vijverlaan) tot de stadswallen uitstrekte. Het bos werd tijdens een beleg van Arnhem grotendeels omgehakt, maar in 1548 schijnt een deel er van nog te hebben bestaan. Drie eeuwen lang schijnen er ten Noorden van de landelijke Rosendaalseweg slechts bouwland en wat boerderijen geweest te zijn. Na de slechting van de vestingswerken begint de stad zich omstreeks 1830 uit te breiden. De bebouwing strekt zich van dat ogenblik bij stukjes en beetjes uit in de richting van de Steenstraat en Hommelstraat. In 1850 begint echter de grootscheepse woningbouw. Tot één van de eerste complexen arbeiderswoningen in Klarendal behoorde het zogenaamde "Geriffermeerde dorp" aan de rechterkant van de Rosendaalsweg tussen Dragonderspad en R
ömerselaan (waar nu de nieuwe terugspringende huizen staan). Deze huisjes waren gezet door het Protestants Begrafenisfonds. In 1853 begon men met de aanleg van de spoordijk,  die Klarendal  in twee delen zou splitsen. Gelijk met de spoorlijn kwamen in  1856 woonblokken gereed in Bloemstraat, Spoorwegstraat, Hoekstraat en Lange en Korte Uitweg. Daarop volgden binnen enkele jaren de Noord- en Zuidstraat, Putstraat en Peterstraten.

Tempo
De huizenbouwers lieten het oog al weer gaan in de richting van de Rappardsberg. In 1865 is de bevolking van Klarendal al zo groot, dat een nieuwe openbare school, school II, gebouwd moet worden aan de Klarendalseweg. Na 1870 begint men te bouwen aan de andere kant van de Catharijnestraat. Binnen vijf jaren is de wijk gegroeid met Johannastraat en Rappardstraat tot Wilemstraat en vier Nijverheidstraten. De 1e, 2e, 3e en 4e Nijverheidstraat werden van 1872 tot 75 gebouwd door de Nijverheidstichting, een stichting die de huurders vijf en twintig jaar de woning in eigendom garandeerde.
Karakteristieke gebouwen bezat Klarendal tot dat ogenblik bijna niet. Er stond een windmolen boven aan het Dragonderspad, die echter niet lang meer bestaan heeft. Het eerste opmerkelijke gebouw dat tot op deze dag het stadsbeeld van Klarendal is blijven beheersen, is de korenmolen die in 1870 van de Amsterdamseweg (Frombergstraat) naar Klarendal werd overgebracht. Deze molen van Burgers werd opgetrokken en samengesteld uit de materialen van de oude molen. Toen zij gebouwd werd, stond zij aan de uiterste bebouwing van Klarendal.
In 1879 was er een Indische tentoonstelling in Arnhem. De leden van de gamelan van de Prins van Solo werden gehuisvest in de gebouwen van Neerlands Tuin, een uitspanning in de bosjes van de Rappardsberg, gelegen tussen de tegenwoordige  Neerlands Tuinstraat en Athehstraat. Klarendal was toen juist tot en met Rappardplein, Johannaplein en Prinsenstraat gereed gekomen. De Indieërs maakten veel indruk op de bevolking. Toen men twee jaar later dan ook namen moest geven aan nieuwe straten tussen Neerlands Tuinstraat en de Hoflaan, op de voormalige Rappardsberg, werden deze geinspireerd door het Aziatische bezoek: Javastraat, Sumatrastraat, Solostraat, Atjehstraat.
De uitbreiding kroop nu ook voort naar het Noorden aan het Hoerepad, dat daarop Noordpad werd genoemd: Klarenbeekstraat. Boschstraat, Mussenstraat (nu Vinkenstraat), Verlengde Hoflaan.
In deze jaren (1885) ontstond een nieuwe arbeiderswoonwijk bij de Oude Sint Marten (Schrassertstraat, Nijhoffstraat, Spaenstraat).
De Menno van Coehoornkazerne werd in 1884 gebouwd, vrijwel gelijk met de omliggende huizen. Het hospitaal volgde vijf jaar later. Het kinderziekenhuis ontstond in 1883 aan de Catharijnestraat, naast de oude zinkfabriek.
Klarendal had omstreeks 1885 zo ongeveer zijn uiterste bebouwing bereikt. De kerk aan de Hoflaan werd in 1897 voltooid en de Kapel, die er in 1870 al was, kreeg in 1904 van de familie Van Pallandt een toren cadeau.

Wie na die tijd in Klarendal wil bouwen, zal de grond vrij moeten maken, door oude huizen af te breken. Openbaar Belang,  de liberale bouwvereniging, die zoveel voor een goede arbeiderswoningbouw gedaan heeft, ruimt  de krotwoningen om de Putstraat op en begint in 1896 met de bouw van de huizen  in Hovenierstraat, Koolstraat, Akkerstraat, Veldstraat en Warmoesstraat. In 1900 was dit complex gereed. De kinderbewaarplaats begon in 1899 als een zelfstandige vereniging, onder beheer van Openbaar Belang.

De riolering en bestrating en niet te vergeten de waterleiding lieten lange tijd in Klarendal te wensen over. In 1906 en 1907 trok de gemeente twee ton voor verbetering van riolering en bestrating uit. In 1910 verrees de Mussenwijk, het eerste arbeiderstuindorp in Arnhem.

Meteen na de eerste wereldoorlog werden de krotwoningen op de Pletsberg bij de IJskelder gesloopt en werd het terrein afgegraven voor de nieuwe blokken tussen Hemonylaan en Borgadijnstraat. Terzelfder tijd brak men de krottenwijk om Wijnstraat ten Noorden van de Kapel af en zette een aantal noodwoningen op het vrijgekomen terrein. In 1931 maakten deze plaats voor de moderne huizen van de Kapelwijk.
De crisis en de tweede wereldoorlog maakten verandering of sanering in Klarendal onmogelijk. Wél nam de oorlog zo hier en daar een paar woningen uit het stadsbeeld weg. Dat er veel in Klarendal overeind staat, dat beter verdwijnen kon, zal niemand betwisten.

*****