St Janskerk


Wat er aan vooraf ging
In de 16de eeuw werden maatregelen genomen om het katholicisme volledig te verbieden. Zo werd het verboden de mis op te dragen en nog later werden zelfs verboden uitgevaardigd om katholieke bijeenkomsten in het openbaar te verbieden. Kapellen en kerken werden afgebroken, kregen een andere functie, of overgedragen aan de protestanten. Het duurde tot 1808 voordat de Walburgiskerk, tot aan dat jaar, gebruikt als militaire opslagplaats door koning Lodewijk Napoleon aan de katholieke gemeenschap werd teruggegeven.


Doordat Arnhem in 1829 toestemming kreeg de vestingwerken af te breken, kreeg de stad ruimte om uit te breiden. Naast een groeiend aantal nieuwe inwoners betekende dat ook een uitbreiding van de parochies. Zo kreeg in 1858 Arnhem er een tweede parochie bij: de St. Eusebiusparochie. De kerk van deze parochie was oorspronkelijk in de Varkensstraat en heette daarom in de volksmond de Vêrekestroatskêrik. Deze werd spoedig te klein en er werd in de naaste omgeving van de toenmalige  begraafplaats in de buurt van wat nu het Nieuwe Plein (bij de oprit van de Nelson Mandelabrug) een stuk grond gekocht, waar op 19 april 1863 de eerste steen van de St. Eusebiuskerk werd gelegd. Op 24 oktober 1865 werd de door architect H.J. van den Brink gebouwde kerk door Mgr. A.J. Schaepman, aartsbisschop van Utrecht, ingewijd.


Omdat de bevolking maar bleef groeien en ook de staduitbreidingen doorgingen werd uiteindelijk ook de St. Eusebius te klein en ontstonden er plannen voor een derde parochie met bijbehorende kerk.
In 1869 werd er voor de nieuw te vormen parochie een officieel oprichtingscomite in het leven geroepen. Reeds 6 jaar later, in 1875 werd op grond van een voormalige katholieke begraafplaats aan het begin van de Steenstraat de Martinuskerk ingewijd. De door Alfred Tepe gebouwde kerk was de eerste kerk die parochianen in de 'oude' stad als wel daar buiten had.


-------------------------------------------------


St. Jan de Doperkerk

Arnhem en ook het aantal gelovigen bleef onstuimig groeien en al snel bleek dat ook de Martinuskerk te klein werd voor het aantal parochianen.  Nog geen 15 jaar na de inwijding van de Martinuskerk kwamen rond de kerstdagen van 1890 de drie Arnhemse pastoors en kerkmeesters bijeen om van gedachten te wisselen over de bouw van een 4de kerk voor de snelgroeiende arbeiderswijk Klarendal, waar bijna 70 % van de bevolking katholiek was. Een commissie werd in het leven geroepen, die voortvarend te werk ging. Zo werden er in kerken en bij Arnhemse huishoudens collectes georganiseerd en kon al snel worden overgegaan tot de aankoop van een stuk grond aan de Hoflaan. Nadat de bouwplannen gereed waren kon de Utrechtse architect Alfred Tepe, die al bekend was door zijn kerkenbouw in het aartsbisdom Utrecht, aan de slag. En zo kon 5 jaar later, op 27 mei 1895 de St. Jan de Doperkerk door de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. H. van de Wetering worden geconsecreerd. Tot aan bijna het eind van dat jaar was kapelaan Müller uit de Martinusparochie verantwoordelijk voor de gang van zaken in de nieuwe parochie, tot op 22 december de band met de moederparochie verbroken werd en pastoor G.J. Chr. Overwijn, die door de eerder genoemde aartsbisschop van Utrecht benoemd was, door deken J. Dobbelman worden geïnstalleerd. Kapelaan Müller bleef ook in de St. Janskerk.  Als kerkmeesters werden de heren J.M. Vale (aannemer) en W. van Maanen (landbouwer) benoemd.

Er stond nu wel een kerk, maar pastoor Overwijn en zijn kapelaan hadden nog geen pastorie. Voorlopig namen beiden hun intrek in een pand aan de Rosendaalsestraat 337, waar later nog de kapper Piet Aubel zijn zaak had. Pastoor Overwijn liet er geen gras over groeien en met behulp van deurcollectes en inschrijvingen werd er geld voor de bouw van de pastorie  vergaard. Er werd een stuk grond naast de kerk gekocht en in mei 1896 kon met de bouw van de pastorie worden begonnen. De pastorie werd ontworpen door de Arnhemse architect J.W. Boerbooms, die ook verantwoordelijk was voor het ontwerp van het St. Elisabethgasthuis aan de Utrechtseweg. De firma Gribnau en Horstink konden voor het bedrag van fl. 23.390 de bouw realiseren en in december van datzelfde jaar kon de pastorie door pastoor Overwijn, samen met kapelaan
Müller en de net benoemde kapelaan Starink worden betrokken.



De
St. Janskerk lijkt enigszins op de Martinuskerk, maar door geldgebrek is zij een stuk eenvoudiger gebouwd. Zo heeft zij maar een eenvoudige klokketoren en doet zij denken aan een dorpskerk. Toch blijft de St. Jan een goed voorbeeld van de neogotiek. Zij is gebouwd als hallekerk met drie beuken, die alle drie even hoog zijn. Bij dit soort kerken gaat het schip (hoofdbeuk) en de noorder en zuiderbeuk over in het priester- en zijkoor.

***********************

Ter gelegenheid van het 60jarig bestaan van de St. Jan schreef  pastoor Snelder een klein boekwerkje, dat hieronder in een digitale bewerking te lezen is.

       
Van links naar rechts: Pastoor Overwijn, Bos, Voskuilen, Galama en Snelder
De vijf pastoors tussen 1895 en 1955

St. Jan 1895 - 1955

Parochianen van St. Jan

 

Eind mei 1895 werd aan de Hoflaan de St. Janskerk in gebruik genomen. Dat was voor deze toen nog nieuwe wijk een belangrijke gebeurtenis. Rondom de nieuwe kerk groeide een nieuwe parochiegemeenschap. Thans bestaat de St. Jan 60 jaar. Dit is geen lange tijd vergeleken bij de eeuwenoude leeftijd van veel andere kerken. Er zijn er nog velen in leven, die zich de bouw kunnen herinneren of eraan hebben meegewerkt. Toch is er reden te over tot grote dankbaarheid voor de vele geestelijke weldaden, die van dit godshuis zijn uitgegaan. Hoeveel duizenden Arnhemmers gedenken de St. Jan als de kerk van hun doopsel, van hun eerste of plechtige H. Communie, van hun huwelijk? Er zijn zelfs parochianen, die vol trots verklaren, dat ze al deze 60 jaren trouw parochiaan waren van hun goede oude St. Jan.

Een parochie echter is meer dan een godshuis, waar het Woord Gods wordt verkondigd en de Sacramenten worden bediend. Een parochie wil een gemeenschap zijn, ze wil iets hebben van een grote familie. Er moet een binding bestaan tussen parochiegeestelijkheid en parochianen, en tussen de parochianen onderling. Bij deze opbouw van een waarlijk levende parochie heeft ieder een taak en een plicht.

Moge de viering van dit 60-jarig jubileum en de lezing van dit boekje het parochiebesef verlevendigen en ons allen brengen tot het voornemen om onze goede St. Jansparochie steeds te verbeteren door te beginnen bij onszelf.

C. Snelder (pastoor)

--------------------------------------------------

 

Parochie van de H. Johannes den Doper 1895-1955

PAROCHIEGRENZEN

Bij Bisschoppelijk Besluit van 12 December 1895 werd de parochie van de H. Johannes den Doper opgericht en de grenzen vastgesteld: vanaf het viaduct Velperpoort door de Catharijnestraat - Oogststraat - Agnietenstraat - Hommelseweg - bij Moscowa over de Apeldoornseweg tot aan de gemeente Apeldoorn. En vanaf het viaduct Velperpoort de spoorlijn naar Zevenaar - Rijksweg.

In de loop van de 60 jaren zijn door de snélle uitbreiding van de stad de grenzen tweemaal gewijzigd. Door de oprichting van de St. Jozefparochie werd op 27 April 1923 het gedeelte, gelegen ten Noorden van de Thomas à Kempislaan - Huyghenslaan - Velperweg van de St. Jansparochie afgescheiden. Tegelijkertijd werd een klein gedeelte, gelegen ten Westen van de Hemonylaan - het talud van het Militair Hospitaal bij de reeds in 1911 opgerichte 0. L. Vrouw-parochie gevoegd.

De tweede grote grenswijziging geschiedde in 1948 door de oprichting van de St. Willibrord-parochie, waardoor het gedeelte, gelegen ten Oosten van de Tivolilaan - Raapopseweg - van der Hellaan - Prumelaan (richting Huyghenslaan), aan deze nieuwe parochie kwam.


PAROCHIEKERK

De door Z. D.H. Mgr. van de Wetering benoemde pastoor G. J. Chr. Overwijn kon op 22 December 1895 door deken J. Dobbelman in de reeds bestaande St. Janskerk worden geïnstalleerd. Want sinds meer dan een half jaar was de nieuw gebouwde kerk reeds in gebruik genomen, tijdelijk bediend door kapelaan Muller van de St. Martinusparochie. Aangezien er nog geen pastorie was gebouwd nam pastoor Overwijn met zijn kapelaan zijn intrek in een huis aan de Rosendaalsestraat 337, waar nu gevestigd is de kapperszaak van P. Aubel.
In Mei 1896 werd met de bouw van de pastorie, ontworpen door de architect Boerboom, door de firma Gribnau en Horstink begonnen en in December van hetzelfde jaar kon de pastorie worden betrokken.
In een tijdsbestek van slechts enkele jaren werd het interieur van de kerk op waardige wijze aangekleed. Bij gelegenheid van de eerste H. Missie in Februari 1896, gegeven door de paters Redemptoristen, werd het Missiekruis achter in de kerk geplant. (In 1954 werd dit kruis van een dikke verflaag ontdaan). In hetzelfde jaar 1896 werden het hoofdaltaar, de communiebank en de tomben, van de twee kleine altaren geplaatst. Pastoor Galama heeft in de zomer van 1951 deze communiebank 'in tweeën laten splitsen, wat het priesterkoor ten goede is gekomen.
Ongeveer tegelijk werd een begin gemaakt met de plaatsing van de gebrandschilderde ramen. 't Zou geen nut hebben van al deze ramen de voorstelling van de figuren op te sommen, omdat tengevolge van een bominslag op 17 September 1944 al deze ramen zijn vernietigd. De parochianen echter, die de parochie voor de evacuatie hebben gekend, zullen zich door een beknopte beschrijving van drie ramen in het priesterkoor de voorstelling ervan voor de geest kunnen halen.


Boven het hoofdaltaar waren drie taferelen uit het leven van St. Jan afgebeeld :
1) de prediking;
2) de Doop van Christus in de Jordaan;
3) de onthoofding.

Onder 1) stonden drie voorname geloofsverkondigers: de H. Willibrord, de H. Werenfridus en de H. Bernulfus, die in Westervoort en Oosterbeek het
Evangelie verkondigden.
Onder 2) de patroonheiligen van de drie andere kerken: St. Walburgis, St. Eusebius en St. Martilius.

Onder 3) drie Nederlandse Martelaren: H. Bonefatius, H. Nicolaas Pieck
en H. Cunera.

De beelden van het H. Hart en H. Antonius werden daarna geschonken. En van dezelfde schenkster achtereenvolgens de gordijnen met de engelen op de kolommen, welke tot 1952 naast het altaar hebben gestaan; twee kelken en ciborie, het prachtige driestel misgewaden, de biechtstoelen en andere kleine onderdelen en gewaden.
Een andere weldoenster schonk de monstrans, godslamp en rode paramenteli, In 1897 werd door de edelsmid J. Brom uit Utrecht de doopvont vervaardigd, ontworpen naar de doopvont van de oude protestantse kerk te Zutpfen. Het hek daaromheen werd ten geschenke gegeven door de smid Nieuwkamp. Vervolgens werd aan de heer Mengelberg uit Utrecht opdracht gegeven een kruisweg te ontwerpen. Meerdere parochianen hebben de onkosten van een of twee staties voor hun rekening genomen. In 1902 was de kruisweg gereed voor een totaal bedrag van f 6000,--.

Bij gelegenheid van het zilveren priesterfeest van pastoor Overwijn 15 Augustus 1904, werd door de parochianen een bedrag van fl.1200,- bijeengebracht voor een nieuwe preekstoel. Ontwerp en uitvoering werden opgedragen aan de heer Mengelberg, toen enkele grote giften het nodige bedrag completeerden. Deze beknopte opsomming van de nog al kostbare inventaris geeft een idee van wat in een tijdsbestek van slechts enkele jaren tot stand is gebracht.

Onder het pastoraat van pastoor Bos werden de beide beeldengroepen van de H. Familie en de H. Theresia door de beeldhouwer Maas uit Haarlem vervaardigd. Aanvankelijk tegen de pilaren bij de communiebank geplaatst, werden zij later, omdat ze door hun nog al brede bovenbouw het gezicht op het priesterkoor belemmerden en niet harmonieerden met de opgaande lijn van het geheel, door pastoor Voskuilen voorlopig tegen de muur geplaatst.

De oorspronkelijke gasverlichting werd door elektrisch licht vervangen, dat in 1952 door een nieuwe aanleg werd geperfectioneerd,

In het jaar 1927 werd de verwarmingsinstallatie aangelegd, die, enkele uitzonderingen daargelaten, tot nu toe goede diensten heeft bewezen. Pastoor Voskuilen, die op 1 Mei 1931 de overleden pastoor Bos opvolgde, liet in hetzelfde jaar de betimmering in het kerkportaal aanbrengen.

Vermeldenswaard is de in 1932 door Brom uit Utrecht geleverde Paaskaarskandelaar: voorstellende een oude boom: het oude mensdom, waarop Christus: de paaskaars, wordt geplant.

In twee jaar tijd werd door een zogenaamde "Penningcollecte" onder de parochianen het fantastische bedrag van f 8000,- bijeengebracht voor een nieuw orgel. Dit uit 21 registers bestaande electrischpneumatisch orgel werd op de vierde Zondag van de Advent 1934 door Deken Stockmann ingewijd en door pater Huijgens O.F.M. ingespeeld.

Bij gelegenheid van het 4O-jarig bestaan van de parochie, gevierd op 26 Mei 1935, boden de parochianen een handgeknoopt Smyrnatapijt en lopers aan, vervaardigd door acht dames uit de parochie naar een tekening van de heer B. Plieger uit Groenlo. Door symbolische figuren worden de goddelijke en zedelijke deugden uitgebeeld en als een offergave voor het altaar gelegd. In de evacuatie-tijd is een gedeelte van de loper weggehaald, maar in 1950 door pastoor Galama weer hersteld en in de twee volgende jaren werd het tapijt uitgebreid tot de beide zij-altaren.

Met Pinksteren 1936 werd achter in de kerk de beeltenis van 0. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand geintroniséerd. Deze beeltenis werd in het Mariajaar 1954 vervangen door een afbeelding in opaline met een artistieke entourage; het geheel ontworpen en uitgevoerd door Nico Witteman uit Amsterdam.

Het kunstvol gesneden Triumfkruis, vervaardigd door Leo Jungblut uit Utrecht, werd in 1942 geschonken. De 12 duiven aan de uiteinden van de kruisbalken symbo!iseren de 12 Apostelen, die als vredesduiven de overwinning van de Gekruiste aan de wereld gaan verkondigen.

De reeds hierboven vermelde bominslag op 17 September 1944 had de kerk zozeer gehavend, dat de daarop volgende Zondag de H. Diensten in het gymnastieklokaal van de St. Catharinaschool en in Tivoli moesten worden gehouden; en na de evacuatie in de St. Catharina-school en het Katholiek Militair Tehuis, totdat eind October 1945 de kerk weer in gebruik kon worden genomen.

 

HET PAROCHlELEVEN

Om een globaal overzicht te geven over de groei van de parochie volgen eerst enkele getallen uit de statistiek van de parochie. Bij de oprichting bestond de parochie uit ruim 4600 parochianen. Na 50 jaren was dit aantal de 8000 gepasseerd. Thans, na de afscheiding van de St. Willibrord-parochie, nog tegen de 7000. Voor onze tijd met zuigelingenbureaux en kinderverzorging is het ontstellend uit de statistieken van de jaren rondom 1900 te lezen, dat van het aantal sterfgevallen met een gemiddelde van 120 per jaar er 75 kinderen beneden 7 jaar bij zijn. In het jaar 1901 is het aantal uitzonderlijk hoog: nl. van de 146 sterfgevallen waren er 102 van kinderen beneden 7 jaar. Een meer aangename conclusie uit de statistieken is de zeer grote vooruitgang uitgereikte H. Communies rondom het jaar 1910: nl. 10.000 meer. De decreten van de vorig jaar heiligverklaarde Paus Pius X zullen voorzeker van zeer grote invloed hierop zijn geweest.
Van de vele min of meer godsdienstige verenigingen, die in de loop van deze 60 jaren ontegenzeggelijk een grote invloed hebben gehad op het godsdienstig leven in de parochie, vragen sommige speciale vermelding.

De grote vaandels welke nog steeds bij verschillende kerkelijke feesten tegen de pilaren worden geplaatst, herinneren ons o.a. aan de Broederschap van het H. Sacrament, welke in 1903 werd opgericht. Daardoor is naast de plechtige processie op de Zondag onder het Octaaf van Sacramentsdag ook ontstaan onze traditionele Sacramentsprocessie op Rozenkranszondag.

Uit de Aartsbroederschap van het H. Sacrament is onder pastoor Bos voort. gekomen de Altaarwacht, om daardoor het kerkbezoek en de H. Communie door de week te bevorderen. Uit die tijd stamt de nog bestaande Erewacht van het H. Sacrament, waarvan de leden zorgen voor aaneensluitende Wacht bij het H. Sacrament op de maandelijkse Aanbiddingszondag, bij het Veertigurengebed enz. Deze Erewacht is bij de oprichting van het Apostolaat des Gebeds door pastoor Galama daarvan een onderdeel geworden en tevens uitgebreid tot de vrouwen.

AI spoedig in het begin van zijn pastoraat richtte pastoor Bos een vereniging op voor jongens en jongemannen: "Voor Eer en Deugd':. De bedoeling daarvan ligt opgesloten in de naam en stond onder bescherming van de H. Maagd. De voornaamste activiteit, welke de leden naar buiten toonden, was de pro
paganda voor de katholieke krant. Hun eerste bijeenkomsten hielden zij in het huis aan de St. Janskerkstraat (tegenwoordig jeugdgebouw), dat reeds in 1905 door pastoor Overwijn was gebouwd als tweede catechismuskamer. (Vele parochianen zullen bij het lezen hiervan interessante jeugdherinneringen voor de geest kunnen halen). De vereniging "Voor Eer en Deugd" kon zich eerst volledig ontplooien toen in Januari 1912 het patronaatsgebouw aan de Hoflaan "Het Kasteeltje" in gebruik kon worden genomen.
Bij gelegenheid van de H. Missie in October 1911 is de Aartsbroederschap van de H. Familie opgericht, eerst alleen voor mannen, daarna oók voor de vrouwen en voor de jongens en meisjes. Deze congregatie had tot doel de deugden van de H. Familie na te volgen. De congregatie voor jongens en meisjes is later vervangen door conferenties.

Ook voor de mannen, maar vooral voor de vrouwen, werden in de laatste jaren tot aan zijn benoeming tot pastoor te Haalderen in Maart 1953, conferenties gegeven door kapelaan Snelder.

Een overzicht van de zorg voor het godsdienstig leven in de parochie zou niet volledig zijn wanneer niet tevens vermeld werd dat van 29 September tot 27 November van het jaar 1937 iedere Woensdagavond een conferentie werd gehouden voor niet-Katholieken door pater Kalmthout O.P., welke zeer goed werden bezocht. Daarna werd voor een twintigtal vervolgconferenties gegeven in het Patronaatsgebouw.

Meer op, sociciaal-charitatief terrein dient vermelding de Stichting van de St. Antoniushuizen: "om daarin op te nemen in de eerste plaats oude gehuwde lieden van de parochie St. Jan". Deze huizen zijn gelegen aan de Rosendaalsestraat. Deze stichting is op 22 Januari 1912 door een schenking tot
stand gekomen.
In 1919 is een andere Stichting in het leven geroepen: Mariastichting, welke eerst gevestigd was in Villa Nova en later in de Raaphorst. Dit gebouw werd na de evacuatie door het Gemeentebestuur in beslag genomen om daar onder te brengen de kantoren van de Gemeente-Energie-Bedrijven. De Stichting was daarna nog enkele jaren gevestigd in de aan de overzijde gelegen villa. Het doel van deze Stichting was om met de inkomsten van het Pension voor bejaarde dames en heren de ziekenverpleging en het kleuteronderwijs in de parochie St. Jan mogelijk te maken.

In 1954 werd de Raaphorst, met uitzondering van het Wijkgebouwen de kleuterschool, aan de Gemeente Arnhem verkocht. De interparochiële charitatieve en sociale instellingen als St. Vincentius
vereniging, R.K. Armbestuur, St. Elisabethvereniging, R.K. Vrouwengemeenschap en het Wit Gele Kruis hebben in de parochie ofwel eigen afdelingen ofwel vertegenwoordigers. Hetzelfde geldt van de standsorganisatie: de Katholieke-Arbeiders-Beweging. Sinds de oorlog heeft iedere parochie zijn eigen afdeling, waarvan iedere arbeider uit de parochie lid is, die bij een of ander (inter-parochiële) R.K. Vakbond is aangesloten.
Voor de vrouwen uit de K.A.B.-gezinnen bestaat sinds enkele jaren de vereniging: Katholieke Arbeiders Vrouwen. Voor cultuur en ontspanning leveren de parochie-bibliotheek "St. Jan", welke gevestigd is in het Kasteeltje, en de St. Janskring, die door het geven van parochie-avonden de parochie gemeenschapsgedachte bevordert, hun eigen bijdrage. Meer uit de laatste tijd is het jeugdwerk in clubverband, dat, gezien de aard van het werk nog al aan veranderingen onderhevig is.

Vóór de oorlog van 1940-1945 konden de jongens zich aansluiten bij de Verkenners, de Jonge Wacht en de Jonge Werkman. De meisjes waren georganiseerd in de K.J .M. en K.J .V.

De bezetting van ons land maakte dit alles onmogelijk en dan tracht men de jeugd te beïnvloeden door het geven van conferenties en door .K.A.-groepen.

Na de Bevrijding kwam de Verkennerij weer terug en de Jonge Werkman in een nieuwe vorm: Kajotters,

Voor de meisjes begint de Gidsenbeweging en drie jaar later een vrije jéugdgroep: Chiro-jeugd.

Voor de speciale Wijk Klarendal ontstaat al spoedig het Jongenscentrum en daarna een jeugdbeweging voor meisjes.

Door de benoeming van kapelaan Bouwman in Augustus 1948 voor deze bepaalde wijk van de St. Jansparochie breidde dit jeugdwerk, onder de naam Jeugdcentrum, zich uit tot de vaders- en moedersclubs, verenigd onder de naam : Katholiek Centrum Klarendal. De in het leven geroepen Stichting Klarendal bouwde in 1949 een Kapel aan de Rappardstraat en heeft grootse plannen om de oude vervallen school aan de Rappardstraat tot een centraal Wijkhuis te maken.De nieuwste moderne vorm van jeugdwerk voor de jongelui boven 18 jaar: de Instuif, is op 14 Mei j.l. gestart in het Katholiek Militair Tehuis.


Onderwijs. Bij de oprichting van de parochie bestond sinds 1876 een door de St. Vincentiusvereniging opgerichte school voor jongens en meisjes. Door de Zusters van Insula Dei werd in 1894 de St. Catharinaschool in de Neerlandstuinstraat gebouwd. Sinds die tijd is de School aan de Rappardstraat alleen een school voor jongens.
In 1914 doet pastoor Bos alle moeite om een nieuwe jongensschool te krijgen. Omdat nog zoveel jongens op de openbare school moéten gaan. Dit plan is niet eerder dan op 1 September 1927 verwezenlijkt door in gebruikname van de St. JansschooI,

Voor de meisjes kwam een tweede school gereed: de St. Leonardusschool aan de Rosendaalsestraat, die op 1 Januari 1925 kon worden geopend. Enkele jaren later, in 1931, werd het gedeelte van de St. Catharinaschool, dat aan de Johannastraat is gelegen, vernieuwd. Vanaf September 1954 zijn de St. Leonardus en de St. Jansschool samengevoegd tot één grote gemengde school onder de naam St. Jansschool.


Historische bijzonderheden omtrent de parochie
St. Jan zal zeker gekozen zijn tot de Patroonheilige van onze kerk omdat oudtijds op de Jansplaats, ten oosten van de Koepelkerk, een St. Janskerk heeft gestaan, welke toebehoorde aan het convent van de Ridders van St. Jan. Deze kerk is in 1817 afgebroken. De benaming Geert Grootestraat en Thomas à Kempislaan herinneren ons aan twee kloosters: nl. het klooster Monnikhuizen van de orde der Karthuizers en het klooster St. Maria in Bethanië van de Zusters van de Augustijnerorde. Het klooster Monnikhuizen was zeer waarschijnlijk gelegen op de plaats waar nu de buitenschool staat. Dit klooster is gesticht in het jaar 1342 door Graaf Reinald II. Geert Groote, de stichter van de Broeders van het Gemeene Leven, bracht de jaren 1374 - 1378 in boete en afzondering in dit klooster door. In 1572 werden de monniken genoodzaakt het klooster te verlaten en in 1606 is het totaal afgebroken. De Stenen Tafel is waarschijnlijk een zerk, welke afkomstig is uit de kerk van het klooster Monnikhuizen. Het klooster Maria in Bethanië, gesticht in 1419, heeft gelegen tussen Presikhaaf en Plattenburg. Het stond onder het Kapittel van het klooster te Windesheim en had als eerste Rector Johannes à Kempis, een broer van Thomas à Kempis. In 1577 werd het klooster overrompeld en geplunderd; in 1591 afgebroken.
Op de beek langs de tegenwoordige Velperweg stonden in de oude tijd drie molens. Een ervan werd Schavenmolen genoemd, welke reeds in 1302 staat vermeld en was eerst een waterkorenmolen, sinds 1709 een papiermolen. Deze molen stond op het "Goet ten Broke", dat in 1872 een andere eigenaar kreeg. Een nieuwe villa daar gebouwd kreeg de naam Molenbeke. Op de plaats waar nu aan de Velperweg de villa " Welgelegen" is gebouwd, stond voordien een kleine herberg; op een uithangbord had de eigenaar, een Duitser, een wijnglas (roemer) geschilderd met het onderschrift "Der Romer", vandaar de naam Römerselaan. Aan de Rosendaalsestraat, die voordat de spoordijk werd aangelegd, liep vanaf de Steenstraat bij het tegenwoordige Westeinde, lag een theetuin: Neerlandstuin genaamd, op de Rappardsberg. Omdat tijdens een tentoonstelling in 1879 het personeel van de Gamelang van de prins van Solo daar gehuisvest was, werd bij een latere stadsuitbreiding de Solostraat naar hen genoemd. De bijna eerste gebouwen verderop aan de rechterkant van de Rosendaalsestraat, voorbij de Hoflaan -welke vroeger Zadelhofsteeg heette -waren in 1850 door het Protestantse begrafenisfonds een aantal woningen gebouwd, die al spoedig de naam kregen: ,,'t Gerifformeerde Dorp".